Bermbeheer

Bloemrijke_Berm.jpg

Sinds 1999 voert de gemeente Willebroek bermbeheer uit. Aan die bermen die in ons bermbeheersplan zijn opgenomen, werden speciale maaidata toegekend en de bermen werden gemaaid met afvoer van maaisel.

 

Het doel is het bekomen van bloemrijke bermen.

 

Inleiding bermbeheer

berm met sluikstort

De meesten vinden een wegberm maar saai, een lapje groen om snel voorbij te rijden en meteen te vergeten.

 

Nog anderen beschouwen dit als hun afvalbak en storten er hun afval.

 

Los van dit laatste asociaal gedrag zijn er ook vaak opmerkingen over het onderhoud van de bermen. Waarom staat het "onkruid" op de bermen zo hoog? Wil de gemeente ze niet onderhouden?

 

Het gemeentebestuur heeft hier echter een ander doel.

Ze doet aan ecologisch bermbeheer.

 

Wat is dat precies? En wat mag u ervan verwachten? Hier krijgt u een antwoord op die vragen. En we laten u meteen ook zien wat ecologisch bermbeheer in de praktijk betekent aan de hand van voorbeelden.

 

U kan het "dossier bermen" ook raadplegen op de website van natuurpunt.

Wat en waarom van bermbeheer?

bloemrijke bermWegbermen zijn de laatste groeiplaatsen voor zeldzame planten. In weilanden verdwijnen kwetsbare planten door maximale grasproductie. Door te ijveren voor een aangepast beheer dat met de groeiplaatsen van deze planten rekening houdt, kan de achteruitgang van sommige soorten in Vlaanderen tegengegaan worden.

Wegbermen kunnen beschouwd worden als kleine, langgerekte stukjes natuur.

Deze zijn meestal nog veelvuldig aanwezig binnen de gemeente.

Ze vormen natuurlijke verbindingen die toelaten dat planten (liefst bloemrijke) zich kunnen verplaatsen tussen natuurgebieden, soms over grote afstanden. Denken we maar aan de bermen langs spoorwegen of langs het Zeekanaal.

 

Ziet een bloemrijke berm met een zee van margrieten, koekoeksbloemen of andere kleurige bloemen er niet stukken mooier uit dan een banale berm met enkel gras en brandnetels? Van botanisch bermbeheer profiteren trouwens niet alleen de planten. Ten gevolge van verschraling verkleint ook de hoeveelheid maaisel die jaar na jaar moet worden verwerkt.

Bijkomend zijn ze een schuilplaats voor insecten en kleine zoogdieren die ook via deze bermen kunnen migreren.

Bermbesluit

Het Bermdecreet, dat werd goedgekeurd in 1984, legt de spelregels vast voor het ecologisch beheren van bermen. Het besluit bevat, naast de verplichting om een bermbeheerplan op te stellen, drie belangrijke regels om tot een meer natuurlijk beheer van bermen te komen:

 

  • Regel 1: bermen mogen pas gemaaid worden na 15 juni - een tweede maaibeurt mag pas plaatsvinden na 15 september
  • Regel 2: het bermmaaisel moet binnen de tien dagen van de berm worden verwijderd
  • Regel 3: het gebruik van bestrijdingsmiddelen is verboden 

 

De eerste regel zorgt ervoor dat men een grotere variatie in de plantengroei op de berm verkrijgt, omdat er op het moment van de eerste maaibeurt al veel meer soorten zaad hebben. Om het werk te spreiden, worden bermen in de praktijk echter al vanaf mei (tot juli) voor de eerste maal gemaaid. De tweede maaibeurt vindt plaats in september of oktober.


Het laten liggen van maaisel (zie regel 2) werkt bodem verrijkend en is nefast voor de echte graslandplanten, waardoor enkel dominante, weinig waardevolle planten zoals hoge grassen en brandnetels voorkomen. Door het maaisel te verwijderen wordt de bodem schraler (voedselarmer) en krijgen een hoop andere, vaak bloeiende planten ook de kans om te kiemen en zich te vestigen. Het gras groeit trager en op termijn moet er minder worden gemaaid.

 

Bestrijdingsmiddelen (zie regel 3) zijn niet goed voor het milieu en zijn dus onverenigbaar met een beheer dat er op gericht is om de natuurwaarde van een berm te verhogen.

 

De regels voor een goed en ecologisch bermbeheer werden vastgelegd in het bestek dat de aannemer dient te volgen bij het maaien van onze bermen. Hij dient te voldoen aan de "code van goede natuurpraktijk".

Gemeentelijk bermbeheerplan

In de loop van 1999 gaf het gemeentebestuur aan het P.I.H. (Provinciaal Instituut voor Hygiëne) de opdracht tot het opmaken van een bermbeheerplan, specifiek gericht op de Willebroekse bermen.

 

Men ging hiervoor tewerk in verschillende stappen:  

 

Keuze van de bermen:

Niet alle bermen lenen zich tot het uitvoeren van het bermbeheer zoals bedoeld het bermbesluit. Allereerst werd een overzicht gemaakt van de meest geschikte bermen. In de praktijk bevinden deze zich in de landelijke gebieden van de deelgemeenten: Tisselt, Heindonk, Blaasveld. Slechts enkele sluiten aan op het centrum van Willebroek. Deze laatste bermen worden onderhouden door de groendienst.

De bermen, behorende tot het bermbeheerplan, worden gemaaid door een extern daarvoor aangestelde firma die, gebruik makend van speciale voertuigen, het gemaaide bermmaaisel direct kan afvoeren.

 

Een bermbeheerplan moet rekening houden met verschillende aspecten:

 

  • de verkeersveiligheid
  • de inpassing in het landschap
  • de ecologische waarde
  • de technische uitvoerbaarheid
  • de financiële weerslag

 

Grondige inventarisatie:

vegetatie opnameOm de effecten van het bermbeheer in de loop van de tijd te kunnen meten, moeten alle bermen grondig worden geïnventariseerd:

 

- welke plantensoorten zijn aanwezig?

- wat is de bodemtoestand?

- waar willen we naartoe met de berm?

- ...

 

 

 

 

 

 

Aan de hand van de inventaris kunnen de bermen worden ingedeeld in een aantal types. Voor elk van deze types worden de meest geschikte ecologische beheersmaatregelen uitgewerkt. Per berm wordt een zogenaamde "vegetatie opname" uitgevoerd. Binnen een bepaalde afgebakende zone wordt bepaald welke plantensoorten aanwezig zijn en wordt bepaald in welke hoeveelheden (van dominant aanwezig tot sporadisch of lokaal).

 

Dit beheerplan wordt vervolgens uitgewerkt tot een meer praktijkgericht en hanteerbaar plan dat zowel rekening houdt met de uitvoerbaarheid ervan als met natuurgericht beheer.

 

Eens het plan klaar is, wordt het onderhoud uitbesteed aan een aannemer die strikt de opgelegde beheersmaatregelen dient op te volgen.

Resultaten inventaris 1999

Verschraling

Op één vegetatieopname na, werden er voor de geïnventariseerde bermen van Willebroek enkel vegetatietypes van matig tot voedselrijke bodem genoteerd. Voor al deze bermen is verschralingsbeheer aangewezen (maaien en afvoeren maaisel).

fluitekruid

 

De maaidata verschillen naargelang de vegetatie.

 

Door het verschralen van de bodem kunnen meer zeldzame planten en bloemensoorten zich ontwikkelen.

 

De banale gras- en plantensoorten, brandnetels en distels zullen verdwijnen te voordele van bloemrijke bermen.

 

Bloemenrijkdom

De meest opvallende soorten in sommige bermen zijn 'berenklauw', 'gewoon duizendblad' en 'fluitekruid'.

 

Stuyvenbergbaan

De bermen langs het oostelijk deel van de Stuyvenbergbaan bieden de meeste mogelijkheden voor een verder uitgewerkt ecologisch maaibeheer. Omdat deze eigendommen deels eigendom zijn van het BLOSO, moeten de nodige afspraken worden gemaakt.

 

Maaibeheer in de praktijk

Tot voor 1999 werden de bermen te Willebroek gemaaid met een klepelmaaier zonder afvoer van maaisel.

 

Het maaisel bleef op de berm liggen.

 

Het gevolg hiervan is dat de bodem voedselrijker wordt waardoor de soorten- en bloemenrijkdom afneemt (idem voor het insectenleven, vlinders, ongewervelden, enz), dit ten voordele van banale grassen, brandnetels en distels.

Klepelmaaier me afvoer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aan de hand van het opgemaakte bermbeheersplan werd een bestek opgemaakt en werd het bermbeheer uitbesteed aan een gespecialiseerde aannemer.

Evaluatie 2006

 

brandnetel

 

In 2005 werden de in 1999 geïnventariseerde bermen en enkele bijkomende straten opnieuw bezocht. De locaties werden ditmaal beter beschreven en via GIS-coördinaten vastgelegd. Dit zal toekomstige evaluatie vergemakkelijken en kan er beter ingeschat worden wat het effect is van het gevoerde beleid.

 

Gelet op de verschillen in inventarisatiemethode tussen 1999 en 2005, is slechts een ruwe inschatting mogelijk van de veranderingen.


Conclusie 

Opvallend was dat er in 2005 vrij weinig soorten in de berm werden gevonden. Dit fenomeen wordt vaak waargenomen in de eerste jaren dat een ruige bermvegetatie verschralend wordt beheerd.  Dit is dus niet abnormaal.

 

Wel wordt geadviseerd om na de vijfjaarlijkse evaluatie de maaifrequentie en maaidata te herbekijken. Dit gebeurde ook in de studie van 2005.

 

Als algemene trend in de bermen te Willebroek, kunnen we stellen dat het aandeel ruigtekruiden in de proefvlakken, zoals brandnetel, afgenomen lijkt te zijn, wat een positieve evaluatie aangeeft.

 

Beheer

De meeste bermen in Willebroek hebben nog steeds een (matig) ruig karakter. Enkel een stabiel maaibeheer, waarbij 2 maal per jaar gemaaid wordt met afvoer van het maaisel, kan deze verruiging tegengaan. Ook verstoring van de berm dient te worden vermeden. 

Glanshaver

 

 

 

 

 

 

 

Voor enkele straten lijkt een kleine bijsturing van het beheer nodig wegens verruiging van de vegetatie. Dit is zo voor de straten die momenteel in juli worden gemaaid. Hier zien we dat glanshaver de neiging heeft om sterk toe te nemen. Om dit tegen te gaan, worden deze bermen best voor de bloei van glanshaver gemaaid.
Een eerste maaibeurt eind mei is hier aangewezen.

 

Ook voor de bermen die, conform het bermbeheerplan 1999, volgens de bermbesluitdata gemaaid dienen te worden, wordt de eerste maaibeurt om deze reden best met enkele weken vervroegd.

 

De overige bermen worden gemaaid vanaf half mei.

 

Gefaseerd maaien wordt aangeraden op de Stuyvenbergbaan en in de Akkerlaan.

 

Een afbeelding van de te maaien bermen met de respectievelijke maaidata kan u hier downloaden.

doorsturen

Organisatie Willebroek - Pastorijstraat 1  - 2830 Willebroek - Tel. 03 866 90 00 - gratis nummer 0800 92830 - Fax 03 886 16 32 - E-mail info@willebroek.be

Contact webmaster