Blaasveld tijdens “De Grote Oorlog”

Net zoals dat in de andere gemeenten het geval was, werd de normale groei en de uitbreiding van Blaasveld door “De Grote Oorlog” onderbroken. 183 woningen werden daarbij totaal vernield. Slechts 215 huizen waren geheel of gedeeltelijk bewoonbaar gebleven. Van de Sint-Amanduskerk waren, na de beschieting, enkel de muren overgebleven. Het gemeentehuis en de pastorie bleven evenmin gespaard. Zelfs het kasteel “Den Berg”, de verblijfplaats van de burgemeester, moest het ontgelden en werd tot aan de grond afgebrand, wat burgemeester Ludovic Lefebvre er toe aanzette om bij de beschieting van Antwerpen naar Nederland uit te wijken.

 

Ook de landbouw werd hard aangepakt. Zowel de oogstopbrengsten als de effectieve toestand van de veestapel moesten worden aangegeven. Het slachten, het dekken van merries en het castreren van hengsten werden streng gereglementeerd. Het gebruik van landbouwproducten als veevoeder werd beperkt of verboden. De prijs die de boeren voor de verplichte leveringen ontvingen, lag ver beneden de op de zwarte markt gangbare prijzen. Vier jaar bezetting volstond om de Belgische landbouw- en voedseleconomie te ontwrichten. Blaasveld deelde in de klappen.

 

Na de terugtocht van de bevolking was de verbijstering groot. De enkele huizen die waren overgebleven, waren afgebrand of door de Duitsers leeggeplunderd. Op de buitenmuur van de school kon men lezen dat alles gestolen was in de school.

Vijftien medeburgers lieten hun leven als soldaat of als burgerlijk slachtoffer.

 

 

Op 29 september 1914 in de vroege morgen, gingen de Duitsers over tot de aanval op de loopgraven, die voor de verdediging van het daarachter liggende bruggenhoofd op het Zeekanaal, in de nabijheid van de Sint-Amanduskerk waren aangelegd. Het kerkgebouw en de toren waren echter hun mikpunt.

De ontruiming van de ter plekke gebleven bevolking gebeurde in alle haast. Niet goed wetende welke plaats voor hen de meest veilige was, werd richting Antwerpen gestevend.

De sissende granaten vlogen zij die bleven over het hoofd en troffen het dak van de kerk. De batterij met zware kanonnen, die door de Belgische troepen aan de overzijde van de Rupel werd opgesteld, richtte zich op haar beurt op de kerktoren, die weldra bezweek, met als gevolg dat de kerk zelf in een puinhoop werd herschapen.

              

De foto hierboven toont een verwoest gedeelte van de kerk van Blaasveld. De foto rechts geeft een schrijnend beeld van de Sint-Amanduskerk, na de beschieting, met vlak naast het kerkgebouw de stenen restanten van wat eens de brouwerij van de gebroeders Van Roey is geweest. Op de foto onderaan rechts poseren enkele Blaasveldenaren, samen met een soldaat en zijn paarden (Archief François De Pauw).

 

Na de “val van de kerk” werd het beschadigde jongenspatronaat hersteld en in een kapel herschapen, zodat de goddelijke diensten er konden gebeuren. De meest noodzakelijke meubelen, zoals biechtstoelen en beelden, werden overge­bracht naar de tijdelijke kapel, die daardoor het uitzicht kreeg van een kerkje. Ook de kapel van O.-L.-Vrouw van Veertienbunders speelde haar rol. Na gedurende vele maanden onder water te hebben gestaan – nadat de Belgische Genie de streek vanaf de Rupel tot in Blaasveld onder water had gezet – werd ze hersteld en werd er wekelijks een mis gelezen, een ter ere van O.-L.-Vrouw van de Vrede en een voor de gesneuvelde soldaten. Bij het overlijden van een Belgische soldaat was er een buitengewone dienst waarbij de lijkbaar bedekt werd met de Belgische driekleur.

 

Na de val van Antwerpen keerden de in de nabijheid gebleven inwoners naar Blaasveld terug. Zij vonden er, buiten de 129 woningen die voor de verdediging van de streek werden opgeruimd, nog 54 woningen aan die in brand werden gestoken, evenals de overige woningen die zwaar werden beschadigd.

 

Op 4 januari 1917 werden 62 personen – waaronder een aantal boerenjongens – door de bezetter aangeduid, om naar Duitsland te vertrekken. Door tussenkomst van de pastoor en de gemeente kon dit aantal op 26 worden teruggebracht. Van zij die naar Duitsland werden gestuurd, kwamen de eersten terug op 10 februari, enkele op 12 mei en de laatste op 8 juli 1917. Lodewijk Victor Van Aken was de enige die op 4 juli 1917, totaal uitgeput, te Soltau overleed.

Van de 67 dienstplichtigen die Blaasveld telde, werden er 66 onder de wapens geroepen. Twaalf hadden zich vrijwillig gemeld. Tien zijn “als helden op ’t slagveld van eer gevallen”. Enkelen werden gekwetst.

 

Op 11 november 1918 volgde de Wapenstilstand. Gedurende veertien dagen trokken de Duitsers voorbij. Een week later verschenen de eerste Belgische troepen. De krijgsgevangenen uit Duitsland waren – net als zij die in Nederland en Engeland een veilig onderkomen hadden gevonden – naar hun al dan niet vernielde woningen teruggekeerd.

Vijftien Blaasveldenaren hadden tijdens de oorlog hun leven gelaten.

 

In januari 1919 was er op het gemeentehuis een schrijven toegekomen van een inwoner die het voorstel deed om een omhaling te doen voor de gesneuvelde soldaten. Enerzijds stelde hij voor dit geld aan te wenden “om een plechtige lijkdienst te doen celebreren ter dezer aandenken”, en anderzijds een grafsteen op het kerkhof te plaatsen, die de graven van de soldaten zou versieren, die daar werden begraven.

Het grafmonument voor de gesneuvelden werd opgesteld achteraan op het erekerkhof van de oud-strijders. 

 

 

 

Op 24 augustus 1929 werd, als toewijding van de gemeente aan het H. Hart en ter nagedach­tenis van de gesneuvelden, een oorlogsmonument onthuld, dat in de schaduw van de Sint-Amanduskerk werd opgetrokken.

Het monument ter nagedachtenis van de gesneuvelden, is een realisatie van de plaatselijke beeldhouwer Herman De Cuyper (1904-1992).

 

 

 

 

BRON : Karel De Decker, Willebroek Jaarmarktkrant, oktober 2013

doorsturen

Organisatie Willebroek - Pastorijstraat 1  - 2830 Willebroek - Tel. 03 866 90 00 - gratis nummer 0800 92830 - Fax 03 886 16 32 - E-mail info@willebroek.be

Contact webmaster