Heindonk tijdens “De Grote Oorlog”

Op maandag 3 augustus 1914 luisterde zowat iedereen in het dorp met ontzetting naar de noodklok. Het verstilde Heindonk was die dag als uit een droom ontwaakt. De besliste weige­ring om, als antwoord op het Duitse ultimatum, aan Duitse troepen geen doorgang te verle­nen, waren er de oorzaak van dat “De Grote Oorlog” naderde. Troebelen in de Balkan waren de voorboden geweest. Duitsland nam zijn voorzorgen, Frankrijk voerde de verlengde dienst­plicht in en in België – dat zich in geen geval beschouwde als een oorlogsvoerend land dat zijn geschonden neutraliteit verdedigde – begon men duchtig te oefenen. De oorlog stond voor de deur. Het was amen en uit met de pastorale rust die Heindonk zo enig hadden ge­maakt.

Een paar dagen later, op 7 augustus 1914, werd de gemeente Heindonk, op bevel van de krijgsgouverneur van Antwerpen, onder water gezet.

 

Op 9 oktober 1914, na de val van de vesting Antwerpen, begon het water, dat een hoogte van 1,20 m tot 1,80 m had bereikt, lang­zaam aan terug te trekken, nadat de teruggekeerde vluchtelingen de Krommesluis hadden opengebroken. Na acht dagen was het verdwenen. De weiden, wegen en landerijen achterla­tend, bedekt met een laag modder. De steenwegen waren op tal van plaatsen doorgebroken of weggespoeld. Struikgewas, hagen en fruitbomen in de velden en in de tuinen waren helemaal afgestorven of op sterven na dood.

Heindonk heeft eeuwenlang met overstromingen te maken gehad, ondermeer tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen de gemeente onder water werd gezet.

 

In december 1914 werden de gemeentewegen die op 6 augustus 1914 door de Belgische mi­litaire overheden werden doorgestoken, volledig hersteld

Na de winter, in het voorjaar van 1915, konden de velden weer worden bewerkt. De talrijke weilanden waren zo goed als verloren. “Zelfs al stonden ze nog in April zoo dor als een hei; toch kon men einde Juli gras beginnen te maaien”. Wat volgens de secretaris de landbouwers veel moeite en geld moet hebben gekost “…om plantgoed en zaaigraan te vinden en hun armtierigen veestapel weer aan te vullen”.

De huizen langsheen de Rupel werden leeggeplunderd, zowel door de Duitsers als door die­ven al dan niet uit de buurt.

Het onderwijs werd tijdens de oorlog enkele dagen geschorst, namelijk in november 1917 bij de aankomst van de vluchtelingen uit Rumbeke, en in 1918 toen een aantal Fransen er onder­dak vond. Ook bij het aftrekken van de Duitse troepen – die de school in een “deerniswek­kende, vuilen toestand hadden achtergelaten” – kon er in de lokalen van de gemeenteschool geen les worden gegeven. Evenmin als in de aangenomen meisjesschool waar op 15 novem­ber 1918, bij de aftocht van de Duitsers, enkele schoolbenodigdheden, waaronder naaigerief, werden ontvreemd.

 

Als gevolg van de “algemene mobilisatie” werden, buiten de jongste drie klassen, ook die van 1909, 1908, 1907, 1906, 1905, 1904, 1903, 1902 en 1901 opgeroepen, waardoor de getal­sterkte van het leger op 200.000 man kon worden gebracht. De militairen met verlof, evenals de miliciens die in de mobilisatieregisters stonden ingeschreven, werden terug onder de wa­pens geroepen. Zij moesten zich, zonder hun oproepingsbevel af te wachten, met bekwame spoed naar de opslagplaatsen begeven, waar hun wapens werden bewaard. Onder hen bevon­den zich vier en twintig Heindonkenaars, die later door vijf vrijwilligers werden vervoegd.

 

Bij de bekende Heindonkenaars die ‘De Grote Oorlog” aan den lijve ondervonden, treffen we onder meer Jan De Decker, die tijdens de Tweede Wereldoorlog burgemeester van Heindonk was; Karel De Laet, die ons een rijkdom aan historische gegevens heeft nagelaten; Jozef Jumpertz, zoon van een leraar aan het Koninklijk Atheneum te Mechelen, die jarenlang in het kasteel Bergstein te Heindonk verbleef; en Hendrik Van de Vondel, die in 1994 als de allereerste Heindonkse eeuweling, uitbundig gevierd werd.

 

Buiten deze negen en twintig Heindonkenaars was er de genaamde Jean Camille Klein (°Hondelange 24 maart 1897), korporaal bij het 13e Linieregiment, die op 5 oktober 1914 op de Rupeldijk sneuvelde. Hij werd begraven op het gemeentelijk kerkhof te Heindonk.

Bij de burgerlijke slachtoffers treffen we Melanie Verdickt (°Heindonk 3 maart 1899), doch­ter van Alfons en van Octavie De Coninck. Ze werd op 3 oktober 1914, tijdens een bombar­dement op het grondgebied van Boom gedood en daar begraven.

Ook Heindonk had z’n ‘onbekende soldaat’. Dat blijkt uit een gemeenterekening van 1923 waarbij wordt vermeld dat Gustaaf De Koning en Jan Van Dam, beide landbouwers, elk 5 fr. ontvingen “…wegens vervoer van eenen onbekende soldaat, opgevischt uit den Rupel, den 27 mei 1923” (4).

 

 

Bron :  Karel De Decker, Heindonk tijdens de Grote Oorlog  (Willebroek, Jaarmarktkrant oktober 2013)

 

doorsturen

Organisatie Willebroek - Pastorijstraat 1  - 2830 Willebroek - Tel. 03 866 90 00 - gratis nummer 0800 92830 - Fax 03 886 16 32 - E-mail info@willebroek.be

Contact webmaster